De geboorte van de motorcross

Dat wij als Belgen kunnen crossen, wisten jullie wellicht al lang. Met maar liefst 43 individuele wereldtitels beschikt ons land over een rijkgevuld palmares in deze sport.

Motorcross is ook een 100% Belgische sport. Enfin, wat de naam betreft toch… In feite zit het zo; In de jaren 20 begonnen een aantal Engelse motorracers met hun motorfietsen te experimenteren. In die tijd was er buiten de kombaan van Brooklands (in het graafschap Surrey) geen ander circuit op het Britse vasteland. De Britse wet verbod trouwens races op de openbare weg. Daarom koos de ACU, de Britse motorsportbond er voor om vanaf 1907 hun TT op het eiland Man in te richten. Maar uiteraard bleef het jeuken bij nogal wat piloten en men begon daarom op eigen houtje terreinraces in te richten. Dat resulteerde in betrouwbaarheidsritten (de voorloper van het huidige enduro) en “scrambles”.

Die scrambles waren eigenlijk individuele motorcrosswedstrijden. De motorfietsen waren toen nog gewoon aangepaste wegmotoren. Spoedig werden ook in Nederland “terreinritten” georganiseerd.

Begin jaren 30 was België een van de toonaangevende landen op wegracegebied. Merken als Saroléa en FN waren toonaangevend in het Europees kampioenschap. Er werd niet alleen geracet maar er werden ook snelheidsrecords verbroken. Dat gebeurde gewoon op straat, meer bepaald op de weg tussen Mechelen en Heist-Op-Den-Berg in Bonheiden.

Toch vonden nogal wat Belgische piloten, de weg naar de terreinsport. Eén van hen was Leuvenaar, Jacques Ickx. Ickx was lid van de “Motor Union Louvaniste” (Leuven was toen nog grotendeels Franstalig) en maakte de rest van de clubleden warm voor een terreinrit. Eerst wou de BMB daar niet veel van weten, maar Ickx wist de bond toch te overtuigen.

En zogezegd, zo gedaan. Op 11 maart 1934, werd voor de eerste keer de “Motocross Brabançonne” georganiseerd aan de Zoete Waters te Oud-Heverlee. Het betrof een “snelheidswedstrijd op alle terrein”. Al werd deze wedstrijd “motocross” genoemd, de rijders bleven nog individueel starten. Toch mogen we 11 maart 1934 zien als de geboortedag van het motorcross. Voor de eerste keer in de geschiedenis werd de benaming motocross gebruikt. Waarschijnlijk komt deze van “cross-country”, de Franse en Engelse benaming voor veldlopen.

Later dat jaar zou ten noodlot toe slaan voor de Belgische wegracesport. Tijdens de Grote Prijs van Duitsland op 1 juli 1934 verongelukten Erick Haps en Leopold Demeuter. Ze waren beiden de fabriekscoureurs van FN. Waarschijnlijk was dit een scharnierpunt in de Belgische motorsportgeschiedenis. Het zwaartepunt werd daarna immers naar het motorcross verlegd.

Pas in 1939 startten de piloten tegelijkertijd in het motorcross. Ook dat was een Belgische evolutie. In dat jaar werd ook het eerste BMB-motorcrosskampioenschap gereden, dat gewonnen werd door Jacques Ickx, himself. Jacques Ickx was ook als journalist actief en inventief. In 1939 dicteerde hij het verslag van de “GP van Antwerpen” door de telefoon.

Als de naam Ickx bij u een belletje laat rinkelen; Jacques was inderdaad de vader van Jacky.

Het motorcross zou zich in de komende jaren in sneltreinvaart over Brabant en later de wereld verspreidden. Maar dat is een ander verhaal.