De stichting van de B.M.B. in 1912

De motorsport ontstond omzeggens gelijktijdig met het verschijnen van het motorrijwiel zelf. Het terrein was voorbereid door de belangstelling van het publiek voor de rijwielsport. Jongeren uit de beste families van de burgerij vonden het niet beneden hun waardigheid de rijwielwedstrijd te betwisten en als vanzelfsprekend gingen ze naar de motorwedstrijden over (in weerwil van hun zeer waardige families nochtans).
Clubs werden gesticht met het oog op de inrichting van deze manifestaties. Lange tijd zijn ze weinig talrijk gebleven (misschien een zestal), maar men kan het heden niet verklaren hoe het gekomen is dat in een land zoals het onze, waarin de verenigingen talrijk uit de grond rezen en zich in machtige nationale organismen groepeerden, deze motorijdersclubs er niet aan gedacht hebben zich van meet af aan te verenigen in een nationale bond. In verschillende landen waren nochtans op dat ogenblik reeds motorijdersbonden opgericht en ze hadden zich zelfs gegroepeerd en een " Fédération Internationale des Clubs Motocyclisten " (F.I.C.M.), waarvan sindsdien de benaming werd gewijzigd om Fédération Internationale Motocycliste F.I.M. te worden.
Daar er geen erkende Belgische bond was had de F.I.C.M. de sport machten aan de Automobiel Clubs van België (die nog niet koninklijk was) toevertrouwd, en deze had op haar beurt, een Gemengd Comité, samengesteld uit leden van de hogergenoemde Automobiel Club en van de Belgische Wielrijdersbond , die ook beweerde rechten te kunnen doen gelden op de motorsport, gelast met het beheer van de motorsport. Zoals men zich wel kan voorstellen, hebben zij, die effectief de motorsport beoefenden, deze voogdij, die ten andere zonder doeltreffendheid was, slechts met ongeduld verdragen. Hoe ondoeltreffend dat beheer was kan blijken uit het feit dat elke club haar eigen wedstrijdreglement had. Onder andere wat betreft de classificatie en de uitrusting van de machines. Het gevolg daarvan waren betwistingen en zelfs pijnlijke incidenten, wanneer de leden van een club deelnamen aan een proef ingericht door een andere groepering.
In mei 1912, besloten enkele Luikse sportliefhebbers, te Spa samengekomen ter gelegenheid van een motorsportproef, dat het meer dan tijd was om aan die anarchie een einde te stellen. Met zette zich aan het werk om dit objectief te verwezenlijken en op 7 december 1912 werd de Belgische Motorijdersbond gesticht in de loop van een te Brussel gehouden vergadering. Een akkoord kwam tot stand met de Automobiel Club en de Wielrijdersbond met het oog op de instelling van een Gemengd Comité gelast met het beheer van de motorsport en samengesteld uit zes leden aangeduid door de B.M.B.en vier door de B.M.B.
Noteren we hier de namen van de medestichtende clubs :
- Moto Club Liégeois ;
- Moto Club d'Ostende en du Littoral ;
- Auto Moto Club Bruxellois (die naderhand van naam veranderde en de Union Motoriste de Bruxelles werd) ;
- Moto Club Verviétois ;
- Auto Moto Club du Hainaut ;
- Moto Club d'Angleur.

De allereerste voorzitter heette Pecqueur. Reeds op 19 januari 1913 werd het Comité hervormd . de nieuwe voorzitter was de Luikenaar Oscar Guillot. We moeten van deze toegewijde man een erkentelijk aandenken bewaren. Hij stelde al zijn volharing en hardnekkig doorzettingsvermogen te dienste van de pas geboren B.M.B.