Motorcross circuits: eindelijk beweging!

De Belgische Motorrijdersbond en FEBIAC, de Belgische federatie van de auto- en tweewielerindustrie, zijn blij met het besluit van de Vlaamse regering om locaties voor motorcrossoefenterreinen aan te duiden in de havengebieden van Gent, Oostende en Antwerpen. De vele acties van de sector onder impuls van de ex-wereldkampioenen hebben eindelijk een eerste positief resultaat opgeleverd. Het komt er nu op aan dat de motorcross-sector op korte termijn initiatieven neemt om de uitbating van deze oefenterreinen te concretiseren.

“Een belangrijke vooruitgang in een dossier dat al meer dan tien jaar vast zit.” Zo noemen FMB/BMB en FEBIAC het aanduiden van locaties in drie havengebieden voor (tijdelijke) motorcrossoefengebieden. Er is nood aan oefengebieden nu in de loop der jaren veel trainingsterreinen zijn gesloten. In 1990 had Vlaanderen nog 103 permanent motorcrossterreinen. Sinds de invoering van de VLAREM-wetgeving daalde dat aantal gestaag en nu zijn er in Vlaanderen nog slechts vier trainingscircuits over (Genk, Lille, Lommel, Balen). In Wallonië zijn er net over de taalgrens nog twee, een in Hélecine en een in Komen (Comines). Dat maakt dat die omlopen  regelmatig ‘overbevolkt’ zijn.

Met de geplande nieuwe oefenterreinen in Gent (Arcelor Metal), Oostende (Plassendale 1) en Antwerpen (Romeynsweel en Ordamstraat, ten westen van de Opelsite) zal de druk op die bestaande circuits verminderd worden en zal er in de komende jaren ook een betere geografische spreiding zijn.

België is met meer dan vijftig individuele wereldtitels een topland in het motorcross en kan die status alleen maar behouden door jong talent de kans te geven zich in eigen land verder te ontplooien. Stijn Rentmeesters, secretaris-generaal van de FMB/BMB, zegt dat de inspanningen van de afgelopen jaren om tot nieuwe oefenterreinen te komen (acties van ‘Red de Motorcross’ zoals de grote manifestatie in Brussel in 2009 en de diverse boomaanplantingen onder impuls van onze ex-wereldkampioenen Stefan Everts, Joel Smets en Eric Geboers) nu tot de eerste resultaten leiden. “Het is een lange lijdensweg geweest, waar we samen met de autoriteiten zochten naar alternatieven ondermeer op militaire domeinen en industriegebieden. Nu kunnen we terecht in de havengebieden waar er op tijdelijke locaties getraind zal kunnen worden. Het is een belangrijke stap voorwaarts, maar we zijn er nog niet,” zegt hij.

Stijn Vancuyck, adviseur gemotoriseerde tweewielers bij FEBIAC (die de afgelopen jaren samen met de FMB/BMB mee aan de kar heeft getrokken om oefenterreinen te krijgen) stelt dat het nu zaak is om “....constructief met de havenautoriteiten samen te werken om tot die terreinen te komen. We moeten bijvoorbeeld de mobiliteit van en naar de terreinen regelen evenals het afvalbeheer ter plaatse, en het aantal trainingsdagen vaststellen. We moeten nu een voorbeeld neerzetten, zodat we elders ook oefenterreinen kunnen opzetten. Van de oefenterreinen in de havengebieden moeten we als het ware onze ‘proeftuin’ maken.”

Recht op locaties

Het zoeken naar nieuwe oefenterreinen voor motorsport is een oud zeer. De Vlaamse regering stelt dat de motorcrosssector recht heeft op locaties om te trainen en dat in 2012 met het oog daarop de wetgeving versoepeld werd. Havengebieden bleken toen het meeste potentieel te hebben om als locatie voor oefenterreinen aangewezen te worden. Die gebieden zijn zoals het Vlaams ministerie van Sport en Ruimtelijke Ordening zegt door hun relatieve belasting voor milieu en omgeving al zo veel mogelijk afgezonderd van woongebieden. Die grote afstand van woongebieden maakt die terreinen ook interessant voor motorcrosstrainingen.
Het ministerie geeft ook aan dat het nu aan ‘de sector’ is “...om de nodige vergunningen aan te vragen, de invulling en uitbating van die terreinen op te starten en om de gebruiksvoorwaarden te bespreken met de havenbedrijven en omwonenden.” Het gaat dan om bouw- en milieuvergunningen. “Daarover zijn nu afspraken gemaakt met de Vlaamse regering,” zegt Thomas Thomas Pollet, woordvoerder van minister Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport. De vergunningen zullen volgens hem aangevraagd moeten worden bij de provincie. Gesprekken over uitbating van een oefenterrein zijn een zaak tussen de havenautoriteiten en potentiële uitbaters. Pollet geeft aan dat de havenautoriteiten gezegd hebben zich constructief te zullen opstellen. Het ministerie zal de dossiers blijven volgen en zal als het nodig is mee aan tafel gaan zitten om de gesprekken te begeleiden. Voor vragen over de vergunningen kunnen geïnteresseerden ook terecht bij het Vlaams ministerie van Sport en Ruimtelijke Ordening.

Die uitbaters van de tijdelijke oefenterreinen kunnen zowel privépersonen als rechtspersonen zijn. Bij die laatsten kan gedacht worden aan motorclubs die al dan niet in samenwerking met elkaar een vzw kunnen opzetten met het oog op uitbating van een oefenterrein. Vanuit het ministerie komt wel het signaal dat het niet de bedoeling kan zijn, dat er op zo’n ‘haven-trainingscircuit’ dag in dag uit gecrosst wordt. “Een drietal namiddagen per week en een weekenddag volstaan voor motorcrossers. De MX-sector verklaart zich op dat gebied overigens bereid zich flexibel op te stellen,” aldus het ministerie.

Zolder

Intussen biedt het Circuit Zolder motorcrossers de mogelijk om deze donderdag (10 april) van 13.00 tot 17.00 uur te trainen op een motorcrossbaan bij het Limburgse circuit. Op basis van de eerste ervaringen zal gekeken worden of er daar in de toekomst nog vrije trainingen op donderdag georganiseerd kunnen worden. Er is echter géén sprake van een permanent circuit waar altijd getraind kan worden.
Aan Franstalige kant lijkt er ook schot in de zaak te komen. Hélecine is daar op dit moment het meest gebruikte trainingscircuit naast Komen (Comines), maar het crossterrein in Rognée zou dit jaar misschien weer geopend worden als alle vergunningen in orde raken.