Organiseren van endurowedstrijden steeds moeilijker

Zondag 2 maart opent Moto Club Cadre Blanc het enduroseizoen met de wedstrijd in Hautrage (Henegouwen). Het wordt echter steeds moeilijker om in ons land dergelijke regelmatigheidswedstrijden te organiseren.

Met de wedstrijd in Hautrage opent de Moto Club Cadre Blanc op zondag 2 maart het enduroseizoen van de FMB/BMB. Enduro is een combinatie van motorcross en regelmatigheidsritten tegen de chrono. Een enduro bestaat uit een omloop van 40 tot 60 kilometer - voor een deel op de openbare weg (zowel verhard als onverhard) - waarin enkele speciale proeven zoals een snelheidsproef op onverhard terrein zijn opgenomen. Anders dan bij bijvoorbeeld motorcross is er geen massastart en gaan de rijders één voor één van start, ook in de klassementsproeven in. De enduro’s zijn in dat opzicht te vergelijken met autorally’s. De gemiddelde snelheid op de totaliteit van het parkoers ligt tussen 30 en 40 kilometer per uur.
Bij de FMB/BMB zijn via de regionale bonden VMBB en FMWB zo’n 300 vergunninghouders enduro ingeschreven, 70% Franstaligen en 30% Nederlandstaligen. Internationaal hebben Belgische rijders in het recente verleden successen behaald. Cédric Cremer won in 2012 het Europees enduro-kampioenschap en was vorig jaar goed voor goud in de internationale zesdaagse enduro op het Italiaanse eiland Sardinië. Ook onze landgenoot Kevin Gauniaux behaalde in die zesdaagse goud.

In eigen land staan er dit jaar negen enduro-wedstrijden op de kalender van de FMB/BMB. Maar het wordt steeds moeilijker om dergelijke wedstrijden te organiseren. In Vlaanderen zijn er onder meer door de dichte bebouwing - ook op het platteland - sinds het midden van de jaren negentig geen enduro’s meer verreden. In Wallonië zijn er meer open ruimten, maar in principe mag er niet in bossen gereden worden. De wegen die daar zijn, zijn er ten behoeve van het beheer van die bossen. Die mogen enkel onder voorwaarden betreden worden. Daarvoor moet er wel een dossier opgesteld worden voor de administratie bos en natuur. Paul Janssens, sportvoorzitter van de FMB/BMB, wijst erop dat om een toelating te verkrijgen er elk jaar opnieuw een dossier ingediend moet worden. En als er een verandering van het parkoers optreedt, moet er een alternatief gezocht worden en ook daarvoor een nieuw dossier ingediend worden.

Uitzondering

De Waalse afdeling van de FMB/BMB, FMWB, heeft in het kader van de Waalse boscode een uitzondering gekregen om op zondagen endurowedstrijden te mogen organiseren. Het toegelaten aantal rijders is 300, plus 10 tot 20% als de proef deel uit maakt van de Europese kalender. Maar de ervaring leert dat kantonale agenten niet altijd op de hoogte zijn van een evenement en er daardoor op het terrein misverstanden kunnen ontstaan.

De clubs zijn ook verplicht om met een gecertifieerde cheque een garantiebedrag van 2.500 euro te betalen aan de gemeente waarin de wedstrijd gehouden wordt. Als na afloop komt vast te staan dat alles goed verlopen is, wordt de cheque vernietigd. “Maar als het parkoers door meerdere gemeenten loopt, zou elke gemeente dat bedrag kunnen vragen,” zegt Paul Janssens. “We hebben onderhandeld en het is bij één keer gebleven. Het zou anders niet te betalen zijn voor de clubs. Ze hebben immers weinig inkomsten: toeschouwers betalen bij endurowedstrijden niet en sponsors zijn er niet of nauwelijks.”

Voor de organiserende club vraagt een en ander veel voorbereiding. Alain Tossin van Moto Club Cadre Blanc zegt dat voor de ‘specials’ (de klassementsproeven) minstens drie maanden voor de wedstrijddatum de toestemming gevraagd moet worden. “Dus dat betekent vroeg beginnen. Wij zijn in september vorig jaar al met het administratieve werk begonnen om niet voor verrassingen te komen te staan. Je moet bijvoorbeeld ook nagaan of het parkoers niet door beschermde natuurgebieden gaat en dergelijke.”

Wegcode

Omdat de verbindingsritten van enduro-wedstrijden op de openbare weg verreden worden, moeten de motoren én hun rijders aan alle eisen van de wegcode voldoen. Daar controleert de bond sterk op: de motoren moeten bijvoorbeeld verlichting hebben en een uitlaat die aan de wettelijke decibelnormen voldoet. Verder controleert men of de motoren zijn ingeschreven en verzekerd zijn. Sinds vorig jaar mei is de controle van het rijbewijs omslachtiger geworden. Rijders van 18 en 19 jaar die na mei 2013 hun motorrijbewijs gehaald hebben mogen de eerste twee jaar op de openbare weg enkel een 125 cc motorfiets met een vermogen van maximaal 15 pk berijden. Die beperking maakt de instap in de sport voor jongeren moeilijker. Zij kunnen slechts op niet-openbare terrein met zwaardere wedstrijdmotoren aan de slag.

De endurosport heeft ten slotte ook te lijden onder de negatieve beeldvorming van de enkele individuele motorrijder die op verboden onverharde wegen komt. In principe is een onverharde weg openbaar en mag het verkeer er gebruik van maken. Maar boswegen vallen daar niet onder, evenals wegen waarvan het gebruik via verbodsborden beperkt is. FMB/BMB en FEBIAC vragen dan ook aan de niet-georganiseerde motorrijder zich dezelfde discipline op te leggen als de wedstrijdrijders aangesloten bij de FMB/BMB.