Belangrijkste wijzigingen technisch reglement snelheid

Vorige week werd het sport en technisch reglement snelheid gepubliceerd. Voor wat betreft het technisch reglement willen we de rijders hun aandacht vestigen op een aantal belangrijke wijzigingen zodat de motorfiets optimaal kan worden klaargemaakt voor de start van het nieuwe seizoen op 12 en 13 april in Croix-en-Ternois.

 

1 Algemeen

1.02   Kettingbeschermer en open transmissies

Een kettingbeschermer moet op zodanige wijze geplaatst worden om het risico te verkleinen dat een lichaamsdeel van de rijder tussen de onderzijde van de ketting en het achtertandwiel kan komen.

 

1.05   Hendels

De moto’s moeten voorzien zijn van een bescherming van de voorremhendel teneinde het per ongeluk activeren van de voorrem bij een aanrijding met een andere machine te verhinderen.

 

1.16   Beschermingskledij en helmen

  • Japon           JIS logo

JIS T 8133: 2007 (juste qu’au 31/12/2014)

 

5 Moto 3

Type moto:

  • 125cc: 2-takt motor: meer dan 80cc tot 125cc: zie Algemene reglementering art. 1.01 <-> 1.24
  • Moto3: 4-takt motor: zie art. 5.01 <-> 5.10

 

5.06   Rijwiel gedeelte,

  • De moto’s moeten voorzien zijn van een bescherming van de voorremhendel teneinde het per ongeluk activeren van de voorrem bij een aanrijding met een andere machine te verhinderen.

 

5.09   Veiligheidsachterlicht

Alle moto’s moeten voorzien zijn van een rood licht achteraan op de zit geplaatst in staat van werkend, om gebruikt te worden bij “Wet Races” of bij beperkt zicht, volgens de verklaring van de Koersdirectie.

 

Het veiligheidsachterlicht moet voldoen aan volgende voorwaarden:

  1. De richting van het licht moet parallel zijn met de centerlijn van de moto (rijrichting) en het moet duidelijk zichtbaar zijn langs achter, op ten minste 15 graden links en rechts van de centerlijn van de moto.
  2. Het moet veilig geplaatst worden op het uiteinde dan de zit/achterste gedeelte van de zit (met 20 cm tolerantie) en ongeveer op de centerlijn van de moto.  Indien twijfel aangaande de plaatsing of de zichtbaarheid van het veiligheidsachterlicht, is de beslissing van de Technical verantwoordelijke beslissend.
  3. Het vermogen moet een equivalent zijn van ongeveer 10-15W (gloeilamp) of 3-5W (led).
  4. Het licht moet aan en uit kunnen geschakeld worden.

 

6 Monobike

6.08   Onderkuip

Alle moto’s die niet voorzien zijn van een onderkuip moeten voorzien zijn van een schild of een beschermplaat onder de motor die dienst doet als bescherming en als opvang voor de olie of koelvloeistoflekken die zich kunnen voordoen bij motordefect tijdens de wedstrijd.

 

7 Supersport & 8 Superbike

X.08   Voorvork

Het is niet toegestaan een after-market of prototype elektronisch gestuurd vering systeem te gebruiken, tenzij dit systeem al aanwezig is op het gehomologeerde model, dan dient het systeem compleet standaard te blijven, alle mechanische en elektronische delen moeten blijven zoals gehomologeerd.

Het originele veersysteem moet bij een elektronische storing veilig blijven werken.

 

X.09   Achtervork

Uit veiligheidsoverweging is het verplicht een kettingbeschermer te gebruiken uit stevig materiaal, op een zodanige manier geplaatst om het risico te verkleinen dat een lichaamsdeel van de rijder tussen de onderste kettingloop en het achtertandwiel van het achterwiel kan geraken.

De bout (scharnierpunt) van de achtervork moet blijven zoals origineel geproduceerd door de fabrikant voor de gehomologeerde moto.

 

X.10   Achterveer unit

Het is niet toegestaan een after-market of prototype elektronisch gestuurd vering systeem te gebruiken, tenzij dit systeem al aanwezig is op het gehomologeerde model, dan dient het systeem compleet standaard te blijven, alle mechanische en elektronische delen moeten blijven zoals gehomologeerd.

Het originele veersysteem moet bij een elektronische storing veilig blijven werken.

 

X.15     Stuurhelften en bedieningshendels

De moto’s moeten voorzien zijn van een bescherming van de voorremhendel teneinde het per ongeluk activeren van de voorremhendel bij een aanrijding met een andere machine te verhinderen.

 

X.19   Veiligheidsachterlicht

Alle moto’s moeten voorzien zijn van een rood licht achteraan op de zit geplaatst in staat van werkend, om gebruikt te worden bij “Wet Races” of bij beperkt zicht, volgens de verklaring van de Koersdirectie.

 

Het veiligheidsachterlicht moet voldoen aan volgende voorwaarden:

  1. De richting van het licht moet parallel zijn met de centerlijn van de moto (rijrichting) en het moet duidelijk zichtbaar zijn langs achter, op ten minste 15 graden links en rechts van de centerlijn van de moto.
  2. Het moet veilig geplaatst worden op het uiteinde dan de zit/achterste gedeelte van de zit (met 20 cm tolerantie) en ongeveer op de centerlijn van de moto.  Indien twijfel aangaande de plaatsing of de zichtbaarheid van het veiligheidsachterlicht, is de beslissing van de Technical Director beslissend.
  3. Het vermogen moet een equivalent zijn van ongeveer 10-15W (gloeilamp) of 3-5W (led).
  4. Het licht moet aan en uit kunnen geschakeld worden.